Nieuws

Staatssecretaris in hoger beroep tegen uitspraken kort geding

Staatssecretaris van Dam gaat in hoger beroep tegen de uitspraken van de voorzieningenrechter in het kort geding van 4 mei 2017. Een beperkt aantal melkveebedrijven werd met die uitspraak uitgezonderd van de Regeling fosfaatreductieplan 2017. Voor alle andere melkveebedrijven blijft de fosfaatreductieregeling van toepassing. De staatssecretaris deelt in een brief aan de Tweede Kamer mee het besluit tot hoger beroep te hebben genomen na overleg met de zuivelsector, de diervoederindustrie en de Rabobank. De sectorpartijen staan achter het besluit van de staatssecretaris om hoger beroep aan te tekenen.

Volgens staatssecretaris Van Dam is de sector goed op weg om de fosfaatproductie te reduceren: “Uit recente cijfers van het CBS blijkt dat een groot deel van het doel om de  fosfaatproductie in 2017 weer onder het Europees plafond te brengen, al is gehaald. Maar we zijn er nog niet. Het is in het eigen belang van de melkveehouderij om nu met volle vaart door te zetten. Alleen dan behoudt de sector zicht op derogatie.”

Noodzaak fosfaatreductie

De fosfaatreductieregeling moet nog dit jaar leiden tot een forse reductie van de fosfaatproductie. Dit is noodzakelijk omdat het Europese fosfaatplafond is overschreden. Deze overschrijding leidt tot het verlies van de derogatie op basis waarvan Nederland veel meer dierlijke mest mag gebruiken dan is toegestaan volgens de nitraatrichtlijn. Het verlies van deze uitzonderingspositie zou grote financiële gevolgen hebben voor de Nederlandse veehouderij.

Advies melkveehouders: fosfaatreductieplan blijven volgen

Melkveehouders die ook een juridische procedure overwegen, krijgen het advies het fosfaatreductieplan te blijven volgen. De afgelopen maanden heeft de melkveehouderij met succes veel inspanningen verricht om de fosfaatproductie fors te verminderen. Ook de komende maanden is nog reductie noodzakelijk om de derogatie veilig te stellen.

Uitspraak kort geding en hoger beroep

De rechter kwam tot het oordeel dat de regeling voor de eisende melkveebedrijven disproportioneel uitpakt. Daarom stelde hij de regeling voor deze bedrijven buiten werking. De betrokken melkveebedrijven hadden gemeenschappelijk dat zij voor 2 juli 2015 onomkeerbare financieringsverplichtingen voor grond en gebouwen waren aangegaan, die zij als gevolg van de regeling mogelijk niet kunnen nakomen. In zijn brief aan de Tweede Kamer stelt de staatssecretaris dat de regeling voorzienbaar was voor alle melkveehouders. Zij wisten dat er maatregelen getroffen zouden worden als het Europees fosfaatplafond werd overschreden. Daarom tekent de staatssecretaris hoger beroep aan.

Jongveegetal

In zijn brief meldt de staatssecretaris ook dat hij samen met de sector kijkt of er draagvlak is voor een alternatieve invulling van het jongveegetal. De introductie van het jongveegetal per 1 mei 2017 heeft tot veel onrust geleid bij melkveehouders. Het jongveegetal is vorige maand in de regeling opgenomen om het tijdelijk elders onderbrengen van dieren op niet-melkleverende bedrijven (zonder dat daarbij op nationale schaal fosfaat gereduceerd zou worden) tegen te gaan. Dat is gebeurd nadat de staatssecretaris in overleg met de vleesveesector had besloten niet-melkleverende bedrijven buiten de regeling te laten.

Overleg alternatieve invulling jongveegetal

Bestuurders van NZO en LTO hebben de problematiek van het jongveegetal aangekaart bij de staatssecretaris. Die heeft de sectorvertegenwoordigers inmiddels uitgenodigd voor overleg over een alternatieve invulling van het jongveegetal. De staatssecretaris stelt daarbij de voorwaarde dat dit niet ten koste gaat van de effectiviteit van de regeling en geen ongewenste markteffecten voor andere sectoren geeft. Naar verwachting komt daar volgende week duidelijkheid over.