Duurzaam

Zuivelsector maakt zich sterk voor verantwoord antibioticagebruik in de melkveehouderij

De Nederlandse zuivelsector hecht veel waarde aan een verantwoord gebruik van diergeneesmiddelen in de melkveehouderij. Door de goede samenwerking met andere partijen in de keten, waaronder de dierenarts, is het gebruik van antibiotica de afgelopen jaren sterk afgenomen.

Uit gegevens die de Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa) heeft bekendgemaakt, blijkt dat het gemiddelde antibioticagebruik in de melkveehouderij tussen 2009 en 2016 met 48% is gereduceerd. De SDa is lovend over de reductie die de sector jaar na jaar heeft gerealiseerd. “Het is opnieuw een prestatie van formaat dat de sector met laaggebruik en beperkte verschillen in gebruik tussen bedrijven in staat is gebleken om tot verdere reductie te komen.”

Verantwoord en transparant antibioticagebruik

De melkveehouderij blijft zich sterk maken voor een verantwoord en transparant antibioticagebruik. Dat doen melkveehouders en dierenartsen samen op basis van een bedrijfsgezondheids- en een bedrijfsbehandelplan. De zuivelondernemingen stellen het bezit van een bedrijfsgezondheids- en een bedrijfsbehandelplan als voorwaarde om melk te mogen leveren.

In de melkveehouderij wordt antibiotica alleen gebruikt als een koe ziek is. Voor een goede diergezondheid is het gebruik van antibiotica soms noodzakelijk. Belangrijk is dat dit op een verantwoorde manier wordt gedaan. Als een koe ziek is en behandeld wordt met antibiotica, mag de melk van deze koe niet aan de fabriek worden geleverd. Wanneer de antibioticakuur is afgemaakt, geldt er nog een wachttijd. De wachttijd hangt af van het soort antibioticum dat is gebruikt. Na het aflopen van de wachttijd mag de melk van de behandelde koe weer aan de fabriek worden geleverd.

Zuivelfabrieken accepteren geen melk waar antibiotica in zit. Alle in Nederland verwerkte melk is gecontroleerd op de aanwezigheid van antibiotica. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt hier toezicht op. Bij het ophalen van de melk op de boerderij neemt de daarvoor opgeleide chauffeur een monster uit de melktank. Dit monster gaat naar een onafhankelijke controle instantie die de melk controleert op antibiotica. Er wordt een ook monster genomen voordat de melk uit de melkauto de zuivelfabriek in gaat. Hier wordt ter plekke op antibiotica getest. Als er uit dit onderzoek blijkt dat er antibiotica in de melk in de melkauto zit, dan wordt deze melk vernietigd.