• nl

Meldpunt Aandacht Melkvee(bedrijf)

Bij het vermoeden van omstandig­heden op een melkveebedrijf waardoor de diergezondheid- en welzijn en/of de voedselveiligheid in het geding kunnen komen, kan een melding worden gemaakt bij het Meldpunt Aandacht Melkvee(bedrijf). De melding wordt doorgegeven aan de betrokken zuivelonderneming die de melding onderzoekt en tot een onaangekondigde beoordeling van het melkveebedrijf kan besluiten.

Bezoek website

Witte Lijst Salmonella

In het kader van het NZO-beheersingsprogramma Salmonella wordt melkveehouders aangeraden actieve dragers (indien aanwezig) op hun bedrijf op te sporen. Dit kan door eerst te zoeken naar afweerstoffen in melk of bloed en vervolgens naar bacteriën in de mest. De NZO adviseert deze onderzoeken te laten uitvoeren bij een laboratorium dat vermeld staat op de Witte Lijst van NZO. De laboratoria op de Witte Lijst zijn of worden door het Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) getoetst of zij met hun toegepaste onderzoeksmethoden bijdragen aan het doel van het NZO-programma: het identificeren van actieve dragers (indien aanwezig).

NZO-beheersingsprogramma Salmonella 
Salmonella is een zoönose die grote schade kan veroorzaken op melkveehouderijbedrijven. Daarnaast vragen afnemers in toenemende mate wat zuivelondernemingen doen op boerderijniveau aan Salmonella beheersing. De Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) heeft daarom een beheersingsprogramma voor de aanpak van Salmonella infecties op melkveebedrijven. Het doel van het landelijke Salmonella-programma is het beheersen van Salmonella, dus niet het bestrijden van Salmonella. Uiteraard is ieders wens om het hoogste niveau (N1) te halen en dat voor altijd vast te houden, echter dit is niet het huidige landelijke doel. Het doel is om na 2020 nog maar een klein aantal bedrijven met de status N3 te hebben.

Bedrijven worden binnen het Salmonella beheersingsprogramma ingedeeld in drie niveaus. 

  • Niveau 1 (N1): blijvend gunstige uitslagen in de tankmelk. Bedrijven in Niveau 1 dienen deze status te behouden.
  • Niveau 2 (N2): in bepaalde situaties is Niveau 1 op korte termijn niet haalbaar. Daarom is in de aanpak gekozen voor een inspanningsverplichting voor besmette bedrijven en niet een resultaatsverplichting. Concreet betekent dit dat bedrijven met twee achtereenvolgende ongunstige uitslagen (=Niveau 2) een workshop Salmonella moeten volgen, aanmelden bij het GD-programma Salmonella onverdacht of een checklist invullen met Erkende Salmonella dierenarts. 
  • Niveau 3 (N3): bedrijven met een voortdurende besmetting moeten aan de slag met twee zaken:
    1. opsporen en afvoeren van dieren die voortdurend de Salmonella bacterie uitscheiden (de actieve drager) en
    2. preventieve maatregelen om in- en versleep van Salmonella te minimaliseren.
    Deze twee stappen worden door de veehouder samen met een hiervoor getrainde dierenarts doorlopen en vastgelegd in een Plan van Aanpak. De aansturing vindt plaats via de zuivelonderneming van de melkveehouder.

Bedrijven die drie jaar onafgebroken in Niveau 3 zitten, zijn verplicht een Salmonella-expert in te schakelen. Aan de hand van bevindingen van de expert dient de veehouder samen met zijn dierenarts en met begeleiding van de buitendienstmedewerker van de zuivelonderneming een opvolgplan op te stellen, met daarin de maatregelen om de situatie te verbeteren. De ervaring leert dat een nauwkeurige invulling en opvolging van de afgesproken maatregelen van groot belang zijn bij het beheersen van Salmonella op een melkveebedrijf. Daarom zal een begeleider vanuit de zuivelonderneming bij het traject betrokken zijn. Gedurende het jaar zal de begeleider een aantal keer langskomen om de voortgang te bespreken. De ervaringen die alle experts opdoen bij langdurig besmette bedrijven worden verzameld via het Centraal Aanspreekpunt Salmonella Experts. Dit landelijke centrum coördineert de inzet van de experts, bewaakt het kennisniveau van de experts en verzamelt informatie voor eventueel aanvullend onderzoek naar oorzaken van voortdurende besmetting.

 

Bekijk document

Witte Lijst Diervoerbedrijven

Per 1 januari 2016 verlangen zuivelondernemingen van hun melkleveranciers dat zij uitsluitend diervoer afnemen van bedrijven die aan volgende eisen voldoen:

  • Met alle relevante activiteiten aangesloten bij SecureFeed (daarmee ook beschikken over het GMP+ FSA (voedselveiligheid certificaat of gelijkwaardig) of gelijkwaardig systeem (zoals Ovocom, AFS). Melden bij SecureFeed, Ovocom of AFS
  • Beschikken over het GMP+ FRA M103 certificaat (verantwoorde soja) of gelijkwaardig. Melden bij GMP+
  • Beschikken over een productaansprakelijkheidsverzekering die voldoet aan gestelde eisen. Melden bij toetsingavb@gmail.com
  • Indien diervoerbedrijven aan alle drie de eisen voldoen kunnen zij zich melden bij toetsingavb@gmail.com voor plaatsing op de witte lijst.

 

Update 8 juli 2020

Bekijk document

Witte Lijst Erkende Kalverhandelaren

Met ingang van 2018 verlangen zuivelondernemingen van hun melkleveranciers dat zij alle mannelijke kalveren bestemd voor de kalverhouderij afvoeren via een erkende kalverhandelaar. Deze kunnen opgezocht worden:

  • via het register van Vee&Logistiek Nederland 
    en/of
  • op de lijst van erkende handelaren van de Stichting Brancheorganisatie Kalversector (SBK). (Zie onderstaand document)

Voor vragen over de erkende kalverhandelaar kunt u contact opnemen met Vee & Logistiek Nederland: info@vee-logistiek.nl of telefonisch via 070 – 219 3000.

Bekijk document

Witte Lijst Meetsystemen voor Individuele Koeregistratie van Weidetijd

Met ingang van 2017 kunnen melkveehouders gebruik maken van een meetsysteem voor individuele koeregistratie van weidetijd. Daarmee kunnen zij aantonen dat hun bedrijf voldoet aan de voorwaarden voor weidegangduur. Het gebruikte meetsysteem moet op de Witte lijst Meetsystemen voor individuele koeregistratie van weidetijd staan. Melkveehouders die van deze optie gebruik willen maken moeten dit bij de aanmelding voor weidegang bij hun zuivelonderneming aangeven. Voor deze aanmelding gelden de reguliere deadlines voor het aanmelden van weidegang.

Als een bedrijf in aanmerking wil komen voor plaatsing van zijn Meetsysteem op de Witte Lijst, kan hij zich voor beoordeling melden bij Qlip. Qlip beoordeelt vervolgens het systeem en brengt advies ten aanzien van toelating uit aan Stichting Weidegang. De voorwaarden en de meest recente Witte Lijst Meetsystemen voor Indivuele Koeregistratie van Weidetijd zijn te raadplegen op de website van Stichting Weidegang.

Bekijk document

Normen Transparante Stallen

Leden/leveranciers van zuivelondernemingen die hun bedrijf ontwikkelen naar een bedrijfstype dat niet past in het gewenste toekomstbeeld zoals gepresenteerd op 12 december 2013 zullen bij toetreding door zuivelondernemingen geweigerd worden. Daarnaast zal ook van handelspartijen geen melk worden afgenomen van nieuwe bedrijven die niet passen in het toekomstbeeld.

Een melkveebedrijf wordt als ongewenst beschouwd als minder dan 50% van de veestapel aanwezig in de stal van buitenaf zichtbaar is. Het silhouet  van de koe moet zichtbaar zijn, zodat  kleur en tekening / oormerk onderscheiden kunnen worden. Een eventuele stalafscheiding dient licht en/of lucht doorlaatbaar te zijn (bijv. wind breekgaas). Voor de nadere invulling is binnen de Nederlandse Zuivel Organisatie een commissie normen transparante stallen ingesteld. De commissie bestaat uit L. Guelen (RFC), J. Lycklama (Fedecom Staltechniek GEA/ de Boer/ Brouwers), C. de Ruijter (DLV afdeling bouw werkgebied Zuid-Holland), H. Voogd (vereniging Partico), Erik van der Hengel (AGRAB).

Dit is een essentiële/ basiseis wat inhoudt dat de melkveehouder in geval van tekortkoming deze binnen 4 weken moet herstellen of plan van aanpak voor herstel  moet indienen. De zuivelonderneming kan een sanctie opleggen indien het bedrijf in gebreke blijft.

Uitwerking normen en beoordeling:

  • Vanaf de voergang (opstelplaats bij de beoordeling minimaal 3 meter vanaf de gevel) dient een nummerbord van een auto te lezen te zijn. Het nummerbord op minimaal 1 meter vanaf het betreffende materiaal te houden;
  • Vanuit donker dient naar licht gekeken te worden. Dat kan van binnen naar buiten zijn en van buiten naar binnen;
  • De dichte wand in de gevel is maximaal 1,40m hoog vanaf loopvloer koeien, het open/ licht doorlatend stuk daarboven moet minimaal 1 meter zijn;
  • De transparante gevellengte dient minimaal 40% van de omtrek te zijn (kop-/zijgevels);
  • De koeien dienen zichtbaar te zijn;
  • Het onderscheid dient gemaakt te worden in een natuurlijk geventileerde stal met een bedienbaar gordijn en bij een mechanisch geventileerde stal met vast gemonteerde materialen. Deze materialen dienen een bepaalde mate van transparantie te hebben;
  • Het gebruikte materiaal (wind breekgaas/vogelgaas) dient een minimale maaswijdte van 10 mm hart op hart te hebben. Plexiglas/ polycarbonaat dient glashelder uitgevoerd te zijn met een maximale dikte van 10 mm;
  • Bij bedienbare systemen met een ventilatiegordijn dient de beoordeling plaats te vinden bij een geopend gordijn. Bij bedienbare systemen in combinatie met een luchtwasser dient qua handhaving/ controle gekeken te worden naar bestaande indicatoren zoals omschreven in technisch informatiedocument ‘luchtwassystemen voor de veehouderij’.

Randvoorwaarden ter bepaling van de normen zijn:

  • De normen zijn gebaseerd op voortschrijdend inzicht. Een keer per jaar komt de commissie bij elkaar om normen te toetsen;
  • De normen dienen voor één uitleg vatbaar, eenvoudig te controleren en te handhaven te zijn;
  • De normen geldt sinds 1 januari 2015: datum van omgevingsvergunning kan hierin leidend zijn;
  • De normen geldt voor bedrijven die minstens 50% van het totale bouwoppervlak van het hoofdgebouw verbouwen of nieuw bouwen.
Volg ons op:
© Copyright - Nederlandse Zuivel Organisatie - Privacy policy