• nl
  • en

Nederland, koeien in de wei en zuivel zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Een kwart van Nederlandse grond wordt gebruikt om koeien te laten grazen. Grazende koeien in de wei kenmerken het Nederlandse landschap. De Nederlandse Zuivel Organisatie is daarom een groot voorstander van weidende koeien.

Voor de zuivelindustrie is het behoud van weidegang belangrijk. De koe kenmerkt het Nederlandse landschap en burgers hechten veel waarde aan koeien in de wei. Weidegang levert bovendien een bijdrage aan het natuurlijk graasgedrag van koeien. Om weidegang te bevorderen stimuleert de zuivelindustrie de weidegang van melkvee actief onder andere door weidemelkproducten in de markt te zetten en door een financiële stimulans. 

In 2012 namen de leden van de NZO samen met LTO Nederland het initiatief voor een Convenant Weidegang. Het Convenant Weidegang is een overeenkomst tussen meer dan 80 partijen (bedrijven, overheid, maatschappelijke organisaties) om de weidegang te bevorderen. Vanuit alle hoeken van de sector wordt zo gewerkt aan het verhogen van het percentage melkveehouders dat aan weidegang doet. Zo wordt er kennis ontwikkeld en verspreid via onderzoek en onderwijs, financiële stimulansen gegeven en nieuwe weiders begeleid in hun overstap naar weidegang. In 2018 deed 82% van de melkveehouders aan weidegang. 

Wat houdt weidegang in?

Van nature grazen runderen 6 tot 8 uur per dag. De zuivelindustrie vindt 120 dagen per jaar/6 uur per dag de ondergrens voor melkveebedrijven die een volledige weidepremie willen ontvangen. Overigens weiden de meeste melkveehouders hun koeien langer. Op een kwart van de melkveebedrijven die weiden, zijn de koeien dag en nacht buiten. Kijk de video hieronder om meer te weten te komen over weidegang.

De zekerheid van weidegang

Omdat melkveehouders die hun melkkoeien weiden daarvoor een premie ontvangen, controleren zuivelbedrijven dit ook. Dit gebeurt volgens een plan, dat is goedgekeurd door een onafhankelijke Certificerende Instelling (CI). Hierin staat onder andere het systeem en de frequentie van de controles bij hun melkveehouders. Zuivelfabrieken worden jaarlijks geaudit door een onafhankelijke CI. 

Minimaal 40% van de melkveehouders die aan weidegang doen, krijgen in het weideseizoen een bedrijfsbezoek ter controle van weidegang. Minimaal 15% van deze controles mag door de onderneming zelf worden gedaan en minimaal 25% van de melkveehouders moet door een onafhankelijke CI worden gecontroleerd. 

Tijdens controles wordt bij melkveehouders gekeken of de koeien in de wei staan en niet op stal. Ook zonder de koeien is eenvoudig te zien of een veehouder weidt. De weilanden zijn omheind en op het kavelpad zijn pootafdrukken zichtbaar. Daarnaast mesten de koeien in de wei en laten ze typische koeienvlaaien achter. 

Zuivelbedrijven halen de weidemelk met een aparte melkauto op en verwerken deze gescheiden van andere melk in de fabriek. Melk die niet gescheiden wordt opgehaald kan niet worden verwerkt als weidemelk. Het kan een keus van een zuivelonderneming zijn om weidemelk tijdelijk niet gescheiden op te halen of te verwerken, bijvoorbeeld omdat er onvoldoende vraag is naar weidezuivelproducten. Door het controleproces en gescheiden verwerking van weidemelk, is het voor de consument altijd duidelijk dat het zuivelproduct van weidemelk is gemaakt. 

Niet alle bedrijven kiezen voor weidegang

Sommige melkveebedrijven kiezen ervoor om hun koeien het hele jaar door binnen te houden en daardoor niet aan weidegang te doen. Dit is omdat ze te weinig grond naast hun stal hebben of omdat het ze meer tijd en of geld kost. Daarnaast heeft de veehouder hectare land nodig om gras op te laten groeien voor de voeding van koeien in de wintermaanden. Zodoende is er ook veel grasland waar geen koeien op grazen.  

Een koe op stal is niet per definitie slechter af dan een koe in de wei. Stallen die tegenwoordig worden gebouwd, voldoen aan de eisen van deze tijd. Zeker met het oog op dierenwelzijn zijn deze stallen zeer comfortabel voor de koe.  

Ondanks dat de zuivelsector toename van weidegang toejuicht, is de sector tegen een wettelijke verplichting van weidegang. Hier werd een aantal jaar door verschillende partijen voor gepleit. Dit zou echter het einde betekenen van een van de weinige succesvolle markt- en verdienmodellen waarbij de markt betaalt voor duurzame voedselproductie. 

Om de inspanningen voor weidegang voor melkveehouders betaalbaar te maken werkt de zuivelsector met een succesvol markt- en verdienmodel van weidepremie. Voor een gemiddelde melkveehouder die volledige weidegang toepast is dat ongeveer €14.000,- per jaar. In totaal betalen de zuivelondernemingen ruim 175 miljoen euro aan weidepremie aan de melkveehouders.  

In omliggende landen wordt geen collectieve actie op weidegang ondernomen en blijft het aandeel in weidegang dalen. De Nederlandse zuivelsector daarentegen, heeft hier wel verantwoordelijkheid voor genomen en is daarmee een goed voorbeeld van hoe marktwerking verdere verduurzaming financiert. Het laat zien hoe de sector, gedreven door een groeiende vraag vanuit de markt, verdere verduurzaming vorm geeft.

Volg ons op:
© Copyright - Nederlandse Zuivel Organisatie - Privacy policy